PEDAGOGIEK

ESSENTIE
- Jongere moet zich gezien, gehoord, gekend en erkend voelen
- Aandacht
- Warmte
- Interesse in belevingswereld
- Betrokkenheid
- Goede controle
- Respect voor leerling
- Begripvolle houding
- Grapje op z’n tijd
- Allochtone jongere is erg gevoelig voor lerarengedrag
VAARDIGHEDEN
- Alles draait om respect
- Empathisch vermogen
- Zorg voor binding en persoonlijk contact
- Geef eigen fouten toe – maak excuus
- Geef jongere feedback maar zet ze nooit voor schut in de groep
- Beinvloed gedrag positief
- Geef zelf het goede voorbeeld
- Laat je nooit uitspelen t.o.v. een collega
- Kijk achter het gedrag van de jongere
- Wordt nooit emotioneel
- Heb positieve verwachtingen
- Het kind zelf is de deskundige en weet wat het nodig heeft om een probleem op te lossen
- Gebruik veel humor
- Maak de omgeving stimulerend
- Sommige dingen moeten gewoon aangeleerd worden
- Houd rekening met de grenzen van je mogelijkheden
VAARDIGHEDEN IN GROEPEN
- Goede lesvoorbereiding
- Goede balans les en tijd
- Stapsgewijze aanpak
- Wees afwisselend
- Speel in op relaties binnen de klas
- Zorg dat je te volgen bent – heldere structuur – goede lesstart – feedback (liefst positief)
VAARDIGHEDEN VOOR EEN GOEDE SFEER
- Probeer te snappen wat er omgaat in de leerling
- Geef de leerling de ervaring ‘gezien’ te worden
- Geef een goede ‘ik-boodschap’ mee aan de leerling en benoem het gedrag dat je wilt zien
- Geef feedback – voer een open gesprek
- Leer de leerling goede communicatieve vaardigheden zoals:
- Neem de ander serieus
- Maak oogcontact
- Spreek om de beurt
- Luister en blijf kalm
- Leg kort en duidelijk uit
- Wees geïnteresseerd
- Praat op neutrale toon
- Blijf bij het onderwerp
- Blijf zakelijk
- Geef verschil van mening aan
- Vraag de ander naar de mening
- Zeg wat je wilt zeggen
- Geef je eigen aandeel toe
- Niemand is perfect – niet doorzeuren
- Tieners moet je meer vragen dan vertellen – zelfreflectie op gedrag en effect op anderen
- Benoem wat je ziet
- Zeg niet “ja, maar”, maar “Ja, en” –
- Ja, maar is kritisch, gericht op tekorten –
- Ja, en is toevoegend – conflict oplossend – confronterend
- Voor de mentor: Rollenspellen met eerst ongewenst en daarna gewenst gedrag binnen de groep werkt uitstekend. De leerling krijgt inzicht in zichzelf en het gedrag en de invloed op anderen
- Wees zuinig met kritiek
- Corrigeer non-verbaal: stop even met je verhaal - kijk de leerling aan - stap op de leerling af - knip met je vingers - maak een handgebaar
- Bestraf alleen zinvol en leg uit waarom – doe dit na de les
- Bestraf taakgericht – het is het gevolg van verkeerd gedrag en herstel van de schade
- Wees consequent streng, maar blijk positief betrokken
- Blijf niet alleen roepen, maar grijp ook in
- Geef waarschuwingen kort en duidelijk: de eerste vriendelijk - de tweede streng - de derde straf
- Ga niet in discussie – creëer geen conflict
- Maak een non-contract: spreek af wat men niet meer zal doen – wat met wel doet – wat men een adequate straf vindt bij overtreding (corvee – nakomen – strafregels)
- Stuur de leerling er niet te snel uit – geef korte time-out – leg uit waarom – houd de regie
- Keur altijd gedrag af, nooit de persoon
- Achterhaal de oorzaak van vervelend gedrag
- Wijs op gevolgen
- Geef aandacht als de leerling zich positief gedraagt
- Tast nooit het zelfrespect van de leerling aan
- Je wordt volwassen met vallen en opstaan – ook jij was ooit een puber
EIGEN GRENZEN
- Stevig rechtop staan
- Schouders naar achteren
- Varieer je toon
- Spreek met krachtige stem
- Geef sterke ik-boodschap
- Geef concreet aan wat je wilt
- Toegeven verlegt grenzen
- Onduidelijke grenzen creëren druk en lastig gedrag
- Overleg met collega’s over eensgezindheid in grenzen stellen
- Creëer een positieve sfeer waarin PESTEN nooit getolereerd wordt en ALTIJD aangepakt wordt.