OFFICIëLE RICHTLIJNEN

OFFICIELE RICHTLIJNEN ONDERWIJSRAAD
Gedragsproblemen vallen eerder op en hebben meer impact dan vroeger, ook op het onderwijsproces. Scholen en leraren zoeken effectieve manieren om met gedragsproblemen om te gaan. De Onderwijsraad biedt hiervoor officiële richtlijnen aan.
INFORMATIE
- 10 – 20% van de jongeren heeft gedrag dat bekend staat als probleemgedrag
- Onder deze groep vallen leerlingen met: leerproblemen, geïnternaliseerde problemen, een beperking en gediagnosticeerde aandoeningen, taal- of rekenachterstanden, slechte werkhouding en gedragsstoornissen
- Er is een groei van het aantal diagnoses en het gebruik van collectieve voorzieningen
- De maatschappij legt meer nadruk op communicatieve vaardigheden
- Er is minder behoefte aan eenvoudige arbeidskrachten
- Jongeren die niet goed kunnen leren vinden moeilijk een positie op de arbeidsmarkt
- Gezinnen zijn kleiner geworden waardoor afwijkend gedrag eerder opvalt
- De opvoeding is veranderd – opener en meer aandacht voor het kind
- Veel ouders verliezen tijdens de opvoeding de grip op hun kinderen
- In het reguliere onderwijs ontstonden tekortkomingen op het gebied van het begeleiden van gedrag
RELATIVEREN
- Niet elke druktemaker heeft een gedragsprobleem
- Experimenteel pubergedrag is van alle tijden
- Een puber zoekt grenzen op
- De houding ten opzichte van jongerengedrag is veranderd
ONDERWIJS AAN LEERLINGEN MET GEDRAGSPROBLEMEN
- Probleemgedrag is van invloed op de sfeer in de klas en de school als totaal
- Leraren zijn niet altijd deskundig op probleemgebieden
- Leraren zijn niet altijd in staat om onderwijs op maat te bieden
- Het signaleren van problemen van leerlingen gaat goed door leerlingvolgsystemen
- Het vervolg – acties – is niet altijd effectief
- De school stelt de lessen onvoldoende af op het niveau van de leerlingen
- Veel scholen hebben geen goede handelingsplannen voor leerlingen met extra zorg
- Veel leerlingen krijgen niet de hulp die ze nodig hebben
- Scholen kunnen de effecten van de zorg niet goed meten
- Betere zorg zou bijdragen aan het terugdringen van vroegtijdig schoolverlaten
- De Onderwijsraad is van oordeel dat leerlingen met gedragsproblemen beter af zijn in een helder vormgegeven school met handelingsbekwame leraren en een schoolleiding die oog heeft voor de randvoorwaarden voor leraren om goed les te kunnen geen.
GEDRAGSPROBLEMEN EN GEDRAGSSTOORNISSEN
- Moeilijk gedrag is een sector overstijgend probleem
- Moeilijk gedrag is een probleem als het onderwijs belemmerend werkt voor leraren en leerlingen
- Zorgleerlingen zijn kinderen/jongeren met uiteenlopende leer- en gedragsproblemen en lichamelijke of geestelijke beperkingen
- De WVO (Wet op het voorgezet onderwijs) reguleert het voortgezet onderwijs , het LWOO (Leerwegondersteunend onderwijs) en het praktijkonderwijs. Voor LWOO en Praktijkonderwijs is een indicatie nodig voor extra geld en begeleiding.
OMGAAN ME T PROBLEEMGEDRAG
- De aanpak van probleemgedrag is een voortdurende zoektocht naar de beste aanpak
- Het begint met een effectieve school met een duidelijke visie op en aandacht voor de onderwijsinhoud, structuur op school en in de klas en de onderlinge verbondenheid en persoonlijke relaties tussen leraar en leerling
- Leraren hebben behoefte aan kennis en vaardigheden om met deze leerlingen om te gaan
- Scholen dienen te zorgen voor voldoende scholingsmogelijkheden, een heldere zorgstructuur en een goede samenwerking met zorgpartners.
- Leraren moeten de mogelijkheid krijgen het probleemgedrag te bespreken met collega’s en directie
- Leraren worden beproefd in hun werkdruk en draagkracht door zorgleerlingen
WELKE PROBLEMEN?
- De meest voorkomende stoornissen zijn hieronder beschreven:
- Opstandig gedrag
- Agressief gedrag
- Asociaal gedrag – pesten
- Concentratieproblemen
- Chaotisch gedrag
- Problemen met sociale relaties
- Angsten
- Verdriet
- Depressie
- Onzekerheid
- Eetproblemen
- Gediagnosticeerde aandoeningen
ONTSTAAN VAN GEDRAGSPROBLEMEN
- Genetische kwetsbaarheid biedt grotere kans op ontstaan van gedragsproblemen
- Reactie op sociale omgeving – thuissituatie
- Persoonlijkheidsstructuur
- Psychische problemen – stress – tegenslagen
- Onderwijssituatie
KENMERKEND
- Zij komen in bepaalde situaties naar voren en in andere niet
- Het kind brengt gedrag in maar de andere persoon in een relatie ook
- Er is geen absoluut onderscheid tussen normaal en afwijkend gedrag
- Gedragsproblemen kunnen tijdelijk toenemen of afnemen
BIOLOGISCHE FACTOREN
- Mannen/jongens: aandachtsproblemen – hyperactiviteit – moeilijk temperament – lage hartslag – laag serotonineniveau in rust – lage intelligentie – afwijkende verwerking van sociale informatie
- Erfelijke factoren: persoonlijkheidskenmerken – temperament – angstsensitiviteit
- Meisjes: angststoornissen – eetstoornissen
- Hersenen zijn pas rond 25e levensjaar voltooid
- Jongeren kunnen in de late adolescentie (18-22 jaar) pas vaardigheden ontwikkelen als: aandacht controle – impulsremming – selecteren – plannen van eigen gedrag – probleemoplossend gedrag – zelfevaluatie
- Jongeren zijn in de leeftijd van 12 tot 18 jaar nog niet goed in staat tot het reguleren van de eigen emoties – het vermogen om sociale en morele aspecten te betrekken bij keuzes – het overzien van langetermijneffecten van keuzes.
- Jongeren maken gauw risicovolle en impulsieve keuzes en hebben daarbij sturing en steun nodig van ouders en onderwijsgevenden
SOCIALE OMGEVING
- Ouders die een positief, gestructureerd en veilig opvoedingsklimaat bieden verminderen de kans op een gedragsstoornis of gedragsprobleem
- Ouders kunnen ook het probleemgedrag van het kind bevorderen door verwaarlozing – misbruik of mishandeling of door het getuige zijn van huiselijk geweld
- Langdurige conflicten – vechtscheidingen – financiële problemen zijn een belasting voor een kind
- Toenemende arbeidsdeelname van ouders spelen ook een rol
- Het tempo van het leven speelt ook een rol
- Jongeren hebben verkeerde voedingspatronen ontwikkeld
- Jongeren hebben vaak te kampen met slaapproblemen
- De invloed van de omgeving neemt toe naarmate kinderen ouder worden
- School is een belangrijke omgevingsfactor
- De docent is het meest invloedrijk op school
- De leraar is verantwoordelijk voor een veilige sfeer en duidelijke structuur op school
- Andere sociale invloeden komen van: vrienden – familie – sportcoaches – buren – media
- De media hebben een speciale invloed op jongeren
- De media beïnvloeden de manier van denken van jongeren
- Maar, de invloed van de opvoeding – of het ontbreken daaraan – is het sterkste
INVLOEDEN DIE PROBLEEMGEDRAG VERSTERKEN
- Inconsistent hanteren van regels
- Fysiek en hard straffen
- Gebrek aan warmte en sensitiviteit
- Niet op de hoogte zijn van wat het kind doet en denkt
- Ongewenst gedrag met een negatieve reactie
- Agressieve rolmodellen in het gezin
- Conflicten tussen ouders
- Echtscheiding
- Psychosociale problemen van de ouders
- Delinquentie van de ouders
- Negatieve interactie met de ouders
- Beperkt sociaal netwerk
- Frequent in aanraking komen met geweld
- Lage kwaliteit van de school
- Gebrek aan vrijetijdsbesteding
- Rondhangen op straat
- Negatieve leerervaringen
- Stressvolle levensgebeurtenissen
- Gebrek aan aandachts- en gedragscontrole
- Over beschermende ouders
STRESS BIJ LERAREN DOOR GEDRAGSPROBLEMEN
- Twijfel aan eigen functioneren
- Verlies van lesplezier
- Verstoring van de onderwijssituatie
- Frustratie in de omgang met ouders
- De docent moet veelvuldig corrigerend optreden zonder gewenst effect
- De docent krijgt last van schuldgevoelens als hij zich gaar ergeren aan de leerling
- Er ontstaat een negatieve spiraal bij de docent
- Door gedragsproblemen is er hinder bij het lesgeven
- Alles samen kan leiden tot gevoelens van somberheid en burn-out verschijnselen
- Het niet goed kunnen omgaan met gedragsproblemen raakt docenten in de kern van hun professionaliteit
- De docent is niet in staat om het achterliggende probleem aan te pakken
PREVENTIE EN AANPAK
- Effectieve scholen zijn resultaat gericht – verbindend pedagogisch en gestructureerd
- Leerlingen met probleemgedrag hebben baat bij effectief en goed opgezet onderwijs
- Scholen die de cognitieve prestaties van leerlingen aantoonbaar positief beïnvloeden zijn
- Scholen die gericht zijn op resultaat en beheersing van lezen – taal – rekenen – het stellen van hoge doelen – het hebben van hoge verwachtingen van leerlingenprestaties – het bijhouden van leervorderingen zijn effectief
- Scholen die gericht zijn op een hoog ambitieniveau en een positieve houding van de school en de leraar zijn effectief
- Scholen die zoeken naar de sterke kanten van probleemleerlingen zijn effectief
- Een sterke samenwerking binnen het lerarenteam en een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid is effectief
- Een school die veilig is met duidelijke regels en een ordelijke cultuur van discipline is effectief
- Een goede interactie tussen de leraren en de leerlingen en een positieve emotionele atmosfeer is effectief
- Een school waarmee leerlingen zich willen identificeren is effectief – het ‘wij’ gevoel
- Een gestructureerd onderwijsaanbod is effectief – doelgericht en planmatig werken – een uitdagende leeromgeving - leraren die adequate ondersteuning en feedback geven.
- Alle leerlingen kunnen presteren en de docent heeft daarbij een cruciale rol
- De interactie met en ondersteuning door de organisatie van de docent is cruciaal
DOCENTEN
- Docenten hebben informatie nodig over:
- Vakkennis
- Onderwijskundige kennis
- Pedagogisch-didactische kennis
- Kennis over jongerengedrag
- Kennis van leerlijnen
- Kennis van leerprincipes
- Kennis van methoden – ideeën en didactische opbouw
- Kennis van instructie en verwerkingsvormen
- Kennis van de diverse vormen van feedback
- Kennis van klassenmanagement
EFFECTIEVE INTERVENTIES BIJ PROBLEEMGEDRAG
- Positieve grondhouding van de onderwijsgevende
- Het accepteren van mogelijke beperkingen van de leerling
- Vertrouwen in de capaciteiten en mogelijkheden van de leerling
- De overtuiging dat de leerling geholpen kan worden
- De overtuiging dat de leerling de mogelijkheid heeft zich te ontplooien
- Actieve signalering van probleemjongeren
- Zorgen voor een grotere betrokkenheid bij de les door de jongere
- Effectief en efficiënt klassenmanagement
- Kunnen omgaan met verschillen
- Het opbouwen van goede relaties met leerlingen
LERAREN VERDIENEN BEGELEIDING
- Sommige leraren zijn natuurtalenten, ze krijgen dingen voor elkaar zonder enige inspanning
- Effectief docentengedrag is aan te leren
- Leraren verdienen voldoende, kwalitatief goede ondersteuning
- In lerarenopleidingen en tijdens studiedagen dienen leraren zoveel mogelijk handelingsmogelijkheden te krijgen aangereikt
- Leraren mogen niet ‘doormodderen’ als er reële problemen zijn
- De schoolcultuur moet veilig genoeg zijn voor de leraar om bij de schoolleiding aan te geven dat de aanpak niet goed werkt of om extra begeleiding te vragen.
- Het management is verantwoordelijk voor een dergelijk werkklimaat
- Leraren hebben een goed systeem van leerlingbegeleiding nodig
LERARENOPLEIDING
- Gedragsproblemen onderdeel verplicht curriculum
- Kennis over gedragsproblemen zou op elke lerarenopleiding onderdeel moeten maken van het verplichte curriculum
- Verdere expertiseontwikkeling op de werkvloer is essentieel omdat daar ervaringen uitgewisseld worden
- Externe bronnen kunnen een welkome aanvulling zijn op de expertise van docenten