VAKMANSCHAP

Niet elke jongere heeft hetzelfde gedrag, elk probleem kan ander gedrag veroorzaken en elke jongere is uniek. Maar er zijn wel een paar algemene richtlijnen die handig zijn in de klas. Leerlingen met een gedragsprobleem hebben over het algemeen:
- Problemen met structuur aanbrengen
- Moeilijkheden met problemen oplossen, hetzij veroorzaakt door aanleg (aangeboren), hetzij veroorzaakt door de omgeving (opvoeding) of beide.
STRUCTUUR
- Allereerst moet de jongere de stoornis of het gedragsprobleem accepteren
- Anderen moeten de jongere helpen structuur aan te brengen, zodat men goed kan functioneren.
- De jongere heeft hulp nodig om de wereld veilig, overzichtelijk en voorspelbaar te houden
COMPENSATIEMOGELIJKHEDEN
- Er zijn altijd dingen die de jongere wel goed kan – iedereen heeft talenten
- Talentontwikkeling helpt bij het compenseren van beperkingen
- Door compensatie kunnen steeds meer vaardigheden aangeleerd worden
- Door compensatie vermeerdert de draagkracht van een jongere
- Belangrijk: structuur, regels en afspraken zorgen voor duidelijkheid
- Jongeren zijn heel flexibel: nieuw gedrag kan nog worden aangeleerd en ongewenst gedrag afgeleerd.
- Zelfvertrouwen is erg belangrijk.
- Er moet rekening mee gehouden worden wat een jongere kan
- Zelfvertrouwen, zelfstandigheid en zelfwaardering zijn punten waar aan gewerkt kan worden.
- Een jongere heeft tijd nodig om dingen te verwerken
- Luister naar de jongere – geef de zorg die nodig is
MENTORAAT
- Als docent krijg je te maken met het mentoraat – leermeesterschap – studiecoaching
- Een mentorklas wordt toegewezen
- Als mentor ben je de spil in het groepsproces
- Je begeleidt het leerproces
- Je hebt kennis over het dossier van de jongere
- Je hebt als taak je collega’s te informeren bij een gediagnosticeerde aandoening, specifiek gedrag enzovoort
- Je bent aanspreekpunt voor de jongeren en collega’s over ‘jouw’ leerlingen
- Kweek groepsgevoel
- Leer de jongeren kennen
- Laat de jongeren jou leren kennen maar stel grenzen
- Werk aan onderling vertrouwen
- Laat in de eerste week van het schooljaar de leerlingen iets over zichzelf vertellen
Een goede optie hiervoor is de ‘Herinneringsdoos’: leerlingen nemen een doos mee met 3-5 herinneringen die belangrijk voor hen zijn en waar ze over vertellen. Zo leren ze elkaar en jij hen kennen. Zorg voor een veilige omgeving bij moeilijke onderwerpen.
- Geef je aandacht niet alleen aan de zorgleerlingen
- Maak ruimte voor persoonlijk contact
- Spreek leerlingen ook tijdens pauzes even aan
- Verhoog de zelfredzaamheid van de leerling
- Wees geen redder – leer hen om hun eigen problemen op te lossen
- Maak ouders tot bondgenoten
- Stap zelf nooit in een ouderrol – je bent er niet om de leerling op te voeden
- Geef de regie eens uit handen
- Ga eens ontbijten of picknicken met je mentorklas
HOE VOORKOM JE CHAOS IN EEN KLAS
- Begin vooral aan het begin van het schooljaar streng – consequent en word nooit boos
- Zet jezelf stevig neer – vooral fysiek – zie eruit als een baas
- Laat zien dat je de baas bent
- Ken je eigen grenzen – stel regels
- Hanteer je grenzen en regels consequent
- Gebruik nooit dreigementen – leerlingen testen je uit
- Let op je lichaamstaal
- Zorg dat je als eerste in het lokaal bent – leerlingen mogen nooit als eerste naar binnen
- Loop door de klas – tassen moeten van tafel
- Vind en blijf trouw aan je eigen stijl
- Laat ook eens zien dat je humor hebt
- Orde is taakgericht bezig zijn
- Je wordt betaald om te doceren, je bent geen leerling – probeer niet de populaire docent uit te hangen – houd afstand tot de klas.
- Zet onwillige leerlingen aan het werk – blijf niet vragen
- Reageer niet op protesten of argumenteren – leerlingen leiden je af om geen les en/of geen huiswerk te krijgen
- Geef geen aandacht aan een vervelende leerling – je moet les geven aan 25-30 anderen
- Is er onrust in de klas probeer dan te achterhalen wat er gebeurd is
- Bereid je lessen goed voor – dat versterkt je leiderschap
- Laat je niet afleiden – actuele onderwerpen – vragen – discussie als de les klaar is.
LASTIG GEDRAG
- Leerlingen kunnen behoorlijk lastig zijn – treiteren – zeuren – verveeld uit het raam staren – rommelen in de tas – spullen niet mee of niet op tafel – protesteren – argumenteren – zelfs verbaal geweld.
- Maak onderscheid tussen de jongere en zijn gedrag
- Zelfs bij gediagnosticeerde aandoeningen is bepaald gedrag onacceptabel
- Spreek een leerling op het gedrag aan maar val iemand nooit als persoon aan
- Bespreek lastig gedrag met ervaren collega’s
- Wat is de oorzaak van lastig of zelfs agressief gedrag – vraag bij de mentor meer informatie
- Laat het probleem bij de leerling – los niet de problemen op en maak het niet jouw probleem
- Lukt het niet? Probeer iets anders – maak een andere lesopzet
- Kijk de kunst af bij collega’s – hoe doen zij het als het jou niet lukt
- Kijk naar je eigen inbreng – zet je goede grenzen – ben je duidelijk en consequent?
- Vraag de leerlingen om input – wat ging goed – wat kon beter – versterk de relatie met de klas
KRACHT OF MACHT
- Reageer je uit angst en weerstand en is er een machtsstrijd?
- Ben je sterk en autonoom?
- Wees heel er duidelijk in wat je wilt van de leerling
- Luister naar je lijf als dingen niet goed lopen – leerlingen hebben feilloze antennes
- Leerlingen vinden mopperen leuk – de les is onderbroken – ga er niet in mee
- Wees een voorbeeld – je hebt een voorbeeldfunctie
- Wees voorspelbaar - laat merken dat je leerlingen op je kunnen rekenen
- Wees geen barmhartige Sameritaan
- Je hoeft niet aardig gevonden te worden
- ‘Sorry’ werkt maar één keer – blijf consequent
- Accepteer geen enkele smoes of excuus bij te laat komen, boeken niet bij zich, huiswerk niet af enzovoort. Bij echte redenen zal er een briefje van de ouders beschikbaar zijn.
- Houd vol – kies niet de weg van de minste weerstand want dat betekent onophoudelijke overlast.
- Wees niet te hard voor jezelf – het gaat bij iedereen wel eens fout
- Ga nooit een discussie aan
- Laat je nooit uitspelen
- Doe leuke dingen met een meegaande klas – het zoemt rond
STRAF – EN DAN?
- Een leerling die niet stopt als jij dat vraagt moet je aanpakken anders gaan er meer meedoen
- De manier waarop jij straft bepaal je zelf
- Blijf consequent – ontwikkel je eigen methode en hanteer je eigen regels
- Voorkomen is beter
- Vertel de leerling wat de gevolgen zijn
- Ga niet in discussie – verdoe je kostbare lestijd niet
- Kies een passende straf – er zijn minder zware overtredingen
- Stem de straf af op de persoon
- Uit de klas sturen is niet altijd een optie en op sommige scholen zelfs verboden
- Wees geen pietlut – een leerling die praat omdat een andere leerling iets vraagt verdient geen straf
- Zorg ervoor dat het altijd vrije tijd kost
- Laat ze meedenken over een passende straf
- Verneder een leerling nooit
- Schreeuw nooit!
- Laat nooit door ouders een straf kwijtschelden – schakel dan onmiddellijk de directie in